(Her) ontdek de diensten van de cluster! - Meer informatie

Kantoren omvormen tot woningen: vanzelfsprekend… maar niet zo eenvoudig

In 2006 richtte het Brussels Gewest de cluster ecobuild op vanuit een eenvoudige intuïtie: het Brusselse gebouwenbestand zou moeten evolueren om een antwoord te bieden op de klimaatuitdagingen en van Brussel een duurzamere, soberdere en koolstofarme stad te maken. Die transformatie zou niet alleen via nieuwbouw verlopen, maar vooral via renovatie, aanpassing en heruitvinding van het bestaande. Toen was dat een gok. Twintig jaar later is het vanzelfsprekend geworden.

Energieprestaties, circulaire economie, hergebruik van materialen, omkeerbaarheid van gebouwen: de grote omslagen in de sector hebben zich zelden in één keer opgelegd. Ze zijn ontstaan uit concrete onderwerpen, werf na werf, tot er nieuwe beroepen, nieuwe economische modellen en nieuwe waardeketens ontstonden.

In 2026 past de reconversie van kantoren in diezelfde logica. Sinds telewerk veralgemeend is, heeft een deel van het tertiaire gebouwenpark zijn oorspronkelijke functie verloren. In Brussel, administratieve, Europese en economische hoofdstad, waar kantoren een belangrijke plaats innemen in het stedelijke landschap, is de vraag onmogelijk te negeren geworden.

Maar dit onderwerp gaat niet alleen over stedenbouw. Het raakt ook rechtstreeks aan ondernemerschap. Een kantoorgebouw omvormen tot woningen, gemengde ruimtes, productieve plekken of collectieve voorzieningen betekent architecten, studiebureaus, (de)constructiebedrijven, specialisten in hergebruik, vastgoedontwikkelaars, energieactoren, designers, projectmanagers en sociale innovators mobiliseren. Het betekent activiteit creëren rond een zeer concrete regionale behoefte.

Net daar heeft hub.brussels een rol te spelen: deze kantelmomenten herkennen, de bedrijven begeleiden die ermee aan de slag gaan en ertoe bijdragen dat Brussel een gebied wordt waar economische antwoorden op stedelijke transities worden uitgevonden. Want achter elk herbestemd gebouw staan ook Brusselse ondernemers die experimenteren, hun beroepen aanpassen en waarde creëren.

De reconversie van kantoren is dus niet alleen een antwoord op een stad die verandert. Het is ook een kans voor een duurzamere, meer circulaire en inventievere Brusselse economie, die blijft innoveren en ook buiten onze grenzen inspireert.

Emmanuel Malfeyt, Coördinator van de cluster ecobuild.brussels

In Brussel stijgt de kantoorleegstand opnieuw — tot ongeveer 8% — terwijl de vraag naar woningen onder druk blijft staan. Tussen mythes en realpolitik dringt reconversie zich op: elk jaar wordt meer dan 100.000 m² naar andere functies heroriënteerd en het aantal emblematische cases neemt toe. Eén kernvraag blijft: hoe kan reconversie een hefboom voor betaalbaarheid worden? Anders Böhlke, onderzoeker aan UCLouvain en lid van het wetenschappelijk comité van de BSI–citydev.brussels-leerstoel, en Aline Branders, vennoot-architect bij A2M, schetsen enkele mogelijke antwoorden.

Een stad gevormd door kantoren

“Brussel heeft een vrij aanzienlijk aandeel kantoren in verhouding tot de omvang van zijn bevolking”, herinnert Anders Böhlke. Met bijna 13 miljoen m² kantoorruimte voor ongeveer 1,2 miljoen inwoners heeft de hoofdstad een van de hoogste ratio’s van Europa. Die situatie is het gevolg van de aanwezigheid van de Europese instellingen en van de Belgische institutionele complexiteit.

Na decennia van onafgebroken groei is de dynamiek echter omgekeerd. “We bereikten een piek rond 2011-2012. Sindsdien daalt de voorraad”, stelt de specialist in kantoorherbestemming vast. Door de financiële crisis, telewerk, stijgende energiekosten en veranderende verwachtingen van gebruikers is de vraag naar tertiaire oppervlakten gekrompen.

Het resultaat: vandaag staat tussen 8 en 9% van het park leeg, goed voor ongeveer één miljoen vierkante meter. Die leegstand treft vooral de oudste gebouwen. “Twee derde van de leegstaande gebouwen in Brussel is vandaag ouder dan vijftien jaar”, preciseert Anders Böhlke.

Tegenover deze vaststelling is reconversie een fenomeen op zich geworden. Nieuw is het niet: de eerste projecten dateren van het begin van de jaren 1990. Vandaag wordt volgens Anders Böhlke één op de vijf Brusselse woningen gerealiseerd in voormalige kantoren.

1 proximus tower
Proximus Tower

Een vanzelfsprekende oplossing… op het eerste gezicht

Op het eerste gezicht lijkt de vergelijking eenvoudig: lege kantoren aan de ene kant, een woningtekort aan de andere. “Toen ik aan het onderwerp begon te werken, dacht ik: dit is absurd. We hebben meer dan één miljoen vierkante meter lege kantoren en een enorme nood aan woningen”, vertelt Anders Böhlke. Toch blijft de vaststelling twintig jaar later dezelfde: “Het lijkt vanzelfsprekend, maar zo eenvoudig is het niet, om een hele reeks technische, regelgevende, juridische en economische redenen.”

Reconversie betekent niet gewoon werkplekken vervangen door appartementen. Beide programma’s beantwoorden aan radicaal verschillende ruimtelijke logica’s.

De beperkingen van het bestaande gebouw

De diepte van de plateaus vormt vaak de eerste hinderpaal. Kantoorgebouwen hebben vaak dieptes van 15 tot 18 meter, wat moeilijk verenigbaar is met de eisen van hedendaagse woningen.

“We proberen altijd een dubbele oriëntatie te bevorderen”, legt Aline Branders uit. “Dat is interessant voor natuurlijk licht, ventilatie, het beperken van oververhittingsrisico’s en het verbeteren van het comfort.” Wanneer die configuratie niet mogelijk is, moeten architecten andere oplossingen bedenken: openingen, patio’s, terrassen of nieuwe circulaties.

“Het is agile design”, vat ze samen. “We vertrekken van de structurele beperkingen om aangepaste oplossingen te vinden.”

Ook de circulatiekernen vormen een grote uitdaging. “Om woningen te creëren, moeten vaak nieuwe trap- en liftkernen worden voorzien”, vervolgt de architecte. Dat zijn zware ingrepen die rechtstreeks op het projectbudget wegen.

Daar komt een economische realiteit bij die vaak wordt onderschat. Zoals Anders Böhlke benadrukt, wordt 100 m² kantoorruimte niet automatisch 100 m² woonruimte. Een deel van de oppervlakte gaat naar circulatie, technische kokers en gemeenschappelijke ruimtes. Het vastgoedrendement daalt daardoor mechanisch.

In Sint-Lambrechts-Woluwe maakt het project ‘Les Balcons’ deel uit van het proces van herbestemming van leegstaande gebouwen, met als doel tegemoet te komen aan de groeiende vraag naar woningen en een doordachte ontwikkeling van het stedelijk weefsel in Brussel te ondersteunen. De bouwheer en projectontwikkelaar Oryx Projects vertrouwde het ontwerp toe aan het Brusselse architectenbureau A2M.

Ruimtelijke kwaliteit als kans

Volgens Aline Branders worden reconversieprojecten soms te normatief gelezen. “De kwaliteit van de ervaring van een gebruiker in een ruimte laat zich niet alleen vertalen in oppervlakten in een Excel-tabel.”

Bestaande gebouwen bieden vaak kwaliteiten die vandaag moeilijk te reproduceren zijn: royale plafondhoogtes, edele materialen, zichtbare structuren of atypische volumes. “Soms vind je vloeren, granito of natuursteen terug die geen enkele ontwikkelaar zich zou kunnen veroorloven in een nieuw project voor betaalbaar wonen”, benadrukt ze.

Anders Böhlke deelt die analyse: “Het is minstens even kwalitatief om zoveel mogelijk te bewaren wat bestaat, in plaats van systematisch vanaf nul te herbeginnen.”

Die benadering is al zichtbaar in verschillende Brusselse projecten. Het project Antarès, ontwikkeld met Inclusio in de Marcel Thirywijk, maakte onder meer gebruik van buitengalerijen om de omvorming van een tertiair gebouw tot woningen mogelijk te maken.

Het project U Square, op de site van de voormalige kazernes van Elsene, illustreert dan weer het belang van een meer globale aanpak. Studentenhuisvesting, geconventioneerde woningen, kantoren, universitaire voorzieningen en collectieve ruimtes bestaan er naast elkaar binnen één geheel. “Die functionele mix verrijkt het gebruik en maakt het ook mogelijk om het juiste programma op de juiste plaats te zetten”, vat Aline Branders samen.

Die flexibiliteit lijkt des te belangrijker omdat elk gebouw een geval apart is. Sommige structuren lenen zich vanzelf tot reconversie. Andere vereisen zulke zware ingrepen dat gedeeltelijke sloop soms relevanter kan zijn, zeker wanneer belangrijke uitbreidingen worden overwogen.

Waarom betaalbaarheid de uitzondering blijft

De grootste moeilijkheid blijft economisch. “Publieke actoren zoals citydev.brussels behoren vandaag tot de weinige spelers die betaalbare woningen kunnen ontwikkelen uit herbestemde kantoren”, stelt Aline Branders vast.

De transformatiekost blijft hoog. Bovendien blijft de waarde van kantoorruimte soms hoger dan die van woningen, vooral in centrale wijken. “Als je kijkt naar alle reconversieprojecten die sinds het einde van de jaren 1990 zijn gerealiseerd, dan kun je de projecten die tot betaalbare woningen hebben geleid op één hand tellen”, benadrukt Anders Böhlke.

Ook de fiscale kwestie vergroot die moeilijkheid. Terwijl sommige tertiaire activiteiten de btw op hun investeringen kunnen recupereren, blijven residentiële operaties onderworpen aan een minder gunstig regime.

In verschillende centrale wijken blijft de waarde van kantoorruimte hoger dan die van woningen. Dat is met name het geval in bepaalde delen van de Europese wijk, waar de overheid nu meer functionele mix probeert te introduceren via City Forward. Dit omvangrijke programma voorziet de geleidelijke transformatie van een deel van het vastgoedpatrimonium van de Europese Commissie om er meer woningen en collectieve voorzieningen in te integreren. “Vandaag bestaat de Europese wijk slechts voor 6% uit woningen. We komen van ver”, herinnert Anders Böhlke.

1020.006.cam e
Het Vifquin-project omvat de transformatie en herbestemming van een voormalig kantoorgebouw tot een duurzaam gemengd complex.

Naar een beter aangepaste regelgeving?

Voor beide experts zijn de huidige regels vooral ontworpen voor nieuwbouw. “Vandaag ligt de belangrijkste uitdaging nochtans bij renovatie”, herinnert Aline Branders. Wanneer een bestaand gebouw wordt getransformeerd, kunnen bepaalde eisen rond oppervlaktes, natuurlijk licht of energieprestaties moeilijker haalbaar zijn.

Ook Anders Böhlke pleit voor een gedifferentieerde aanpak: “Logischerwijs zouden we andere eisen moeten hebben voor nieuwbouw dan voor bestaande gebouwen, als we efficiënter willen renoveren.”

Hetzelfde geldt voor de procedures. “Het principe van reconversie is juist dat je flexibel moet blijven”, benadrukt Aline Branders. Toch moeten projecten vaak al heel vroeg worden vastgelegd, terwijl ontdekkingen op de werf geregeld aanpassingen vereisen.

Beide specialisten wijzen ook op de nood aan meer gerichte financiële stimulansen: fiscale aanpassingen, administratieve vereenvoudiging, steun voor reconversie of mechanismen die expliciet de productie van betaalbare woningen bevorderen.

Hergebruik: een investering in lokale tewerkstelling

Naast koolstof en het besparen van hulpbronnen hebben reconversies een vaak onderschat voordeel: hun impact op lokale tewerkstelling. “Zodra je met reconversie en hergebruik werkt, vindt er een waardeverschuiving plaats”, legt Aline Branders uit. “Een deel van het budget dat naar de aankoop van nieuwe materialen zou gaan, wordt opnieuw geïnvesteerd in arbeidskracht.”

Selectieve deconstructie, recuperatie van materialen, aanpassing van bestaande structuren of restauratie van erfgoedelementen vragen meer menselijke arbeid dan de uitvoering van gestandaardiseerde oplossingen.

Voor steden vormt dit een belangrijke economische hefboom. Het ondersteunt ambachtslieden, lokale ondernemingen en soms ook socioprofessionele inschakelingsprogramma’s.

De werf van U Square biedt daarvan een concrete illustratie. Een deel van de op de site gerecupereerde bakstenen werd gereinigd en voorbereid voor hergebruik, onder meer dankzij sociale-economie-structuren.

“We bekijken het gebouw als een materialenbank”, vat Aline Branders samen. “De vraag is wat we kunnen hergebruiken vóór we nieuwe hulpbronnen verbruiken.”

Brusselse expertise om te valoriseren

Ondanks deze moeilijkheden beschikt Brussel vandaag over erkende expertise op het vlak van reconversie, hergebruik en renovatie. “We hebben een echte renovatiecultuur”, vindt Aline Branders. “Veel landen staan niet zo ver op het vlak van hergebruik en circulariteit.”

Volgens Anders Böhlke bestaat de uitdaging er nu in om van een logica van voorbeeldprojecten naar een echte stedelijke strategie te gaan: “Er is nood aan een meer proactieve, meer operationele en meer voluntaristische visie.”

De reconversie van kantoren zal de wooncrisis niet op zichzelf oplossen. Maar in een gewest waar één op de vijf woningen al uit voormalige kantoren voortkomt, lijkt ze steeds meer een onmisbare hefboom om de stad op de stad te bouwen, bestaande hulpbronnen te bewaren en de stedelijke transitie te versnellen.

Meer news